Poncho
Poncho’s zijn heel handig
Een poncho is een van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk. Een rechthoekige lap, veelal met franjes en in het midden een gat om het hoofd door te steken. De Chileens-Argentijnse indianen droegen ze ter vervanging van de unku. Dit kledingstuk werd door de Spaanse veroveraars verboden, het zou de culturele identiteit van de Indianen maar versterken en die moest indertijd worden uitgeroeid.
Heel veel later, in de hippiejaren zestig, werd de poncho populair in het Westen. Alles wat uit een andere cultuur kwam, was destijds uitermate hip. Denk aan de Afghaanse jassen die we op het Waterlooplein kochten.
Ik had ook een poncho, ergens midden jaren zeventig. Een groenzwart geruite met franje en ik was bijzonder in mijn sas met mijn hippiekledingstuk. In die zomer brak ik echter mijn pols toen ik van de kleinste pony van de manege afviel. Dat was niet iets om trots op te zijn; het klonk behoorlijk onnozel om te vertellen dat je van zo’n kleine Shetlander was gedonderd. Wanneer het een groot, wild paard was geweest, tja, dan was het stoer. Nu niet. Om je dood te schamen. Ik verborg mijn gipsen arm onder de poncho zodat niemand het zag.
Beatrix en Máxima zijn ook van de poncho’s. Heel charmant wanneer je een mantelpakje of iets anders tuttigs draagt waar geen jas overheen past. Bovendien kun je zwierig uit de auto stappen met een poncho. Ze zijn makkelijk te combineren met hoeden en andere hoofddeksels die je nu eenmaal moet dragen wanneer je lintjes doorknipt.
De poncho is weer volop in terug in het modebeeld. Geruit, zoals vroeger of met Noorse motieven. Of gewoon in een effen kleur die overal bijpast. Want met de lange vesten die niet uit het modebeeld weg zijn te slaan hebben wij, gewone stervelingen, hetzelfde modedilemma als onze Royals. Een lang, ruim vest komt bijna altijd onder je jas uit en dat staat stom. Of je vest is zo dik dat je jas er niet overheen past en je eruit ziet een soort aangeklede worst. Een poncho is dan dé oplossing.
Superhandig voor in de auto, op de fiets en voor een herfstwandeling in het bos.
Je kunt dus niet zonder poncho deze winter. En wanneer je heel creatief bent, kun je er ook zelf eentje breien. Net als in de jaren zeventig. Ik googel op ‘poncho breien’. Allerlei prachtige exemplaren lachen me tegemoet en ik word enthousiast. Maar wanneer ik de ingewikkelde patronen lees zoals gerstekorrel breien, meerderen, minderen, knoopsgaten maken en nog veel meer moeilijke termen waar ik niks van snap, besluit ik toch maar om er eentje aan te schaffen. Want voor je het weet zit je met breipennen nr. zeven, vier en natuurlijk acht, want die heb je nodig voor de grofgebreide boord. Dure wol, exclusieve knopen en een patroon dat jouw breiverstand ver te boven gaat. En wanneer je hem dan eindelijk af hebt na veel zwoegen en zweten is de poncho vast alweer uit de mode.